
Licht elektrisch voertuig kansrijk bij verhuizing of nieuwe baan
11 maart 2026
Het laatste stukje van station naar huis, op die afstand is deelmobiliteit kansrijk in landelijke gemeenten. Student Willem van Delst van Han University of Applied Sciences onderzoekt deze hypothese.
Waarom is juist de afstand tussen station en huis interessant voor deelmobiliteit in landelijke gemeenten?
‘Stations van gemeenten als Wijchen en Overbetuwe, waar mijn casestudie in samenwerking met Groene metropoolregio Arnhem-Nijmegen zich op richt, hebben een regiofunctie. Mensen die er uitstappen wonen vaak in de dorpskernen rond een grotere plaats. Moet je van het station naar huis, dan leg je algauw zo’n 10 kilometer af. De bus is voor woon-werkverkeer vaak niet aantrekkelijk. Want die maakt een omweg langs alle plaatsen. Voor een gewone fiets is de afstand te ver. En e-bike kopen is duur. Een elektrische deelfiets, -scooter of -micro-auto kan dan een relatief goedkoop en sneller alternatief zijn. Eind juni wil ik een adviesrapport opleveren aan de betrokken gemeenten en deelmobiliteitsaanbieder. Hierin staan de valkuilen én de dingen die wel goed gaan. Zo kan het advies een begin van een besliskader zijn.’
Spelen er andere problemen rond de regiostations?
‘Net als in grote steden is in veel regiogemeenten ruimte een steeds groter probleem. Want dezelfde openbare ruimte wordt door steeds meer mensen gebruikt. Hierdoor is het niet eenvoudig om je auto te parkeren in het centrum of bij het station. Om het centrum veilig en gezond te houden, denken gemeenten na over hoe mensen uit de auto te krijgen. Deelmobiliteit kan hierbij een rol spelen. In grote steden als Utrecht, Den Haag en Rotterdam rijden al deelscooters en -fietsen rond. Maar in landelijke gemeenten is dat nog niet echt gelukt. Ik ga onderzoeken wat ervoor nodig is om ook op het platteland deelmobiliteit van de grond te krijgen. En hoe gemeenten en aanbieders hierin samen kunnen werken.’
Waarom lukt het niet om in landelijke gemeenten deelmobiliteit te introduceren?
‘Het ontbreken van een sluitende business case is het grootste probleem. Om geld te kunnen verdienen aan deelmobiliteit, moeten de voertuigen regelmatig worden gebruikt. Op het platteland is dat een probleem. Daar wonen nu eenmaal niet zoveel mensen als in de stad. Hierdoor kunnen aanbieders als Check en Felix geen gezonde marge maken. Een van mijn onderzoeksvragen is wat er nodig is om er voor te zorgen dat dat wel lukt.’
Wat kunnen landelijke gemeenten en aanbieders doen om deelmobiliteit mogelijk te maken?
‘Eerste stap is om ervoor te zorgen dat er beweging komt in de gesprekken tussen gemeenten en aanbieders. Die zitten vaak vast omdat mensen op elkaar zitten te wachten. Of omdat bij gemeenten onvoldoende kennis is over deelmobiliteit. Ik hoop met mijn onderzoek voor die beweging te zorgen. Want dan kan er gesproken worden over de randvoorwaarden van een succesvol deelmobiliteitssysteem. Zo zou je kunnen denken aan het inrichten van mobiliteitshubs in dorpskernen.
Komen bewoners van het station ’s avonds thuis, dan parkeren ze bij de hub hun deelvoertuig. Vertrekken ze ’s ochtends naar hun werk, dan staat er een opgeladen voertuig klaar om mee naar het station te rijden. Zo’n mobiliteitshub kan kostenbesparend werken. Want aanbieders hoeven dan niet met busjes rond te rijden om de batterijen van deelfietsen om te wisselen of lege deelscooters op te halen. Andere belangrijk voordeel van zo’n hub is dat de deelvoertuigen niet rondslingeren in de wijk. In grote steden worden deelscooters vaak overal neergezet, wat tot verrommeling leidt. Hierdoor hebben deelscooters een negatief imago gekregen.’
Gemeenten en aanbieders moeten op zoek naar een sluitende business case. Waar worstelen gebruikers mee?
‘Wat vaak wel een beetje wordt onderschat is de digitale vaardigheid van mensen. Om een deelscooter, -fiets of -auto te gebruiken, moet je vaak een app downloaden en installeren. Dat lukt niet iedereen, zelfs mensen tussen de 30 en 40 jaar oud hebben er moeite mee. Waarvan je dat eigenlijk niet zo snel verwacht. Daarbij komt dat steeds meer mensen niet graag persoonlijke informatie delen. Wat dat betreft is het interessant om na te denken over een betaalsysteem waarbij gebruik wordt gemaakt van bijvoorbeeld je OV-kaart. Dit kan ook bij de OV-fiets, een heel succesvol voorbeeld van een deeldienst. Mensen gebruiken dan mogelijk sneller een deelfiets, -scooter of micro-auto.’