
Eindhoven wil meer kwaliteit en verleent concessie deelmobiliteit van 11 jaar
7 juli 2026
Veel gemeenten vragen zich af waar en wanneer deelscooters en -fietsen een kansrijke aanvulling zijn op het openbaar vervoer. Opvallend vaak, zo blijkt uit onderzoek van Leverage.
Deelscooters en -fietsen worden veel gebruikt om snel van de ene buurt naar de andere reizen. Dat gebeurt vooral op routes waar directe verbindingen met het openbaar vervoer (ov) ontbreken. Zo blijkt uit onderzoek van Breda University of Applied Sciences (Buas).
‘Het openbaar vervoer vormt de ruggengraat in de steden op verbindingen naar bijvoorbeeld het station, het centrum en schoollocaties. De deelscooter wordt voor deze locaties ook veel gebruikt maar is qua omvang beperkt. Zo blijkt uit de data die betrekking heeft op de steden Breda en Eindhoven’, legt onderzoeker Kevin Vermeulen van Buas uit.
Deelscooters en -fietsen doen het voornamelijk goed op trajecten waar het reguliere ov geen directe verbinding heeft. Bijvoorbeeld als een bus rijdt via een station of met een lus langs verschillende wijken. Met een deelscooter wordt de rit een stuk korter en dus ook sneller, want daarmee kan de reizigers direct van A naar B rijden.
Samenwerking CROW
Voor het onderzoek werkt Buas intensief samen met CROW, hét kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid. Belangrijkste rol van CROW is het verzamelen en standaardiseren van de data van aanbieders van deelmobiliteit.
Vermeulen: ‘CROW verzamelt de data van aanbieders als Felyx en Check. CROW standaardiseert de gegevens en maakt die toegankelijk via een dashboard, zodat wij de data kunnen gebruiken.’
Andere datasets over onder meer het ov zijn aangeleverd door de provincie Noord-Brabant en vervoersbedrijf Arriva. En Vermeulen heeft voor het onderzoek gebruik gemaakt van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek, de zogenoemde Onderweg in Nederland (ODiN) data.
Vermeulen, trots: ‘Voor zover ik weet gebruiken wij als eerste actief de data van het CROW-dashboard, dat gemaakt is om gemeenten te helpen bij het maken en monitoren van beleid.’
Productmarktcombinatie
Uit het onderzoek valt op te maken in welke wijken in de stad kansrijke productmarktcombinaties zijn. Dit is belangrijke informatie voor gemeenten, die aanbieders vergunningen of concessies verlenen, én voor de deelmobiliteitsbedrijven.
Vermeulen: ‘Welke wijken, routes en tijdvakken zijn kansrijke productmarktcombinaties? Dat wil je weten om deelmobiliteit te verspreiden vanuit het centrum, waar vaak al aanbieders zitten, naar de rest van de stad.’
Zo blijkt uit het onderzoek dat in de avonduren en in het weekend het gebruik van deelscooters verschuift naar recreatieve ritten rondom het centrum. Ook oudere leeftijdsgroepen (25-34 jaar) gebruiken dan vaker deelscooters. Het aandeel deelscooters is procentueel zelfs hoger dan dat van de bus. Dit is een indicatie dat er behoefte is aan flexibel vervoer als het serviceniveau van het ov lager ligt, wat in de avonden vaak het geval is.
Vermeulen: ‘Dit benadrukt dat toekomstige integratievormen niet alleen moeten inspelen op functionele verplaatsingen van jongeren overdag, maar juist ook op bredere doelgroepen en mobiliteitsbehoeften in de avond- en weekenduren.’
Wie is de reiziger?
Om deelmobiliteit en ov goed op elkaar af te kunnen stemmen, zou Vermeulen graag meer reizigersdata willen verzamelen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de leeftijd van een reiziger en of die incidenteel reist of juist een forens is.
Vermeulen: ‘Voor goed ontsloten steden en landelijke gebieden is het van belang om meer inzicht te krijgen in de type reiziger. Hoe beter je weet waar groepen, bijvoorbeed studenten of volwassenen, reizen, des te beter kun je daarop inspelen met specifieke vervoersdiensten en combinaties hiervan.’
Dat data over het type reizigers beperkt beschikbaar is, is het gevolg van privacywetgeving. En de terughoudendheid van overheden op dit gebied. Vermeulen: ‘We willen daarom met onder meer gemeenten het gesprek starten over hoe we op een privacy veilige manier de juiste data voor de juiste inzichten beschikbaar kunnen stellen.’